De 33-jarige Jolinda Swart komt oorspronkelijk uit Dussen (in het land van Heusden en Altena). Haar problemen begonnen rond haar veertiende. In dezelfde week overleden zowel een nichtje als haar oma. In diezelfde tijd had haar vader een hersentumor.

"Dat was funest voor mij; pas jaren later is dat eruit gekomen. Want ik ben heel erg een binnenvetter en een perfectionist. Op de mavo zei ik weleens dat ik het liefste van de brug wou springen. Ik wilde echter geen hulp; dan hield het op."

"Om elke wolk zit een zilveren randje"

Jolinda volgde opleidingen voor verzorgende (mbo-3) en voor verpleging (mbo-4). "Zorgen zit helemaal in me. Zo is het leuk dat je een gezin waar net de 10 dagen van de kraamhulp voorbij zijn toch kunt laten functioneren." Haar laatste opleiding brak ze af toen ze bij een stage in een ziekenhuis de druk niet aankon. In 2001 ging ze werken in de thuiszorg in Oosterhout. "Hoewel we geschoold waren, mochten bepaalde handelingen alleen door een verpleegkundige gedaan worden. Erg frustrerend. Toen ik er ook nog de planning bij kreeg, werd de werkdruk te hoog en stortte ik in. Van de ene dag op de andere stond ik ineens aan de andere kant. Dat klopte voor mijn gevoel niet: ik wilde wel zorg geven, maar niet ontvangen. Maar ik moest wel, want ik trok het niet meer. Vooral met psychische hulp had ik moeite; dat was wel zó anders. Het duurt jaren voordat je daarin je weg vindt. Bij mijn psycholoog moest ik ook alsmaar praten over dingen van vroeger, zonder dat er iets gebeurde."
Na een jaar in de ziektewet kwam ze in 2006 in dagbehandeling bij de GGZ. "In overleg met een psychiater begon ik met medicijnen, want ik voelde wel dat ik hulp nodig had. Ik was wel zó blij dat ik zelf die keus had. Bovendien stond die psychiater ook echt naast me, en ze luisterde ook. Ik mocht er gewoon zijn en gaf zelf aan wat ik nodig had. Samen zochten we naar de juiste medicijnen en een behandeling die aansloeg. Vroeger durfde ik echter nooit om hulp te vragen, ook omdat ik altijd een sterke uitstraling had." In de eerste week van de dagbehandeling brak ze bij sport en spel haar rug en kwam ze in een gipskorset. In 2007 werd ze geopereerd in Utrecht en moest drie maanden plat liggen. "Ik moest me eraan overgeven en mocht nu van mezelf om hulp vragen: het begin van mijn herstel. Voorheen moest ik voor mezelf sterk zijn en alsmaar doorgaan; nu mocht ik het laten gaan, want ik lag tóch. Ik kreeg alles beter op een rijtje en dacht na over mijn problemen en waar ik mee bezig was. Geen beter zicht dan inzicht. Ik heb in die 3 maanden ook maar twee keer mijn behandelaar gebeld. Toen de relatie met mijn vriend werd verbroken, stortte ik opnieuw in. Na een korte opname ging ik met een tante uitwaaien aan zee; daar kwam ik weer helemaal tot rust."

Zwart-witdenken

"Rond mijn 25ste kreeg ik voor het eerst de diagnose 'borderline'. Ik had altijd al veel last van zwart-witdenken. De kerk was voor mij slechts hel en verdoemenis. Ik zag slechts twee mogelijkheden: de goede of de slechte weg. Daardoor vond ik alles eng: als ik iets niet goed deed, ging ik naar de hel. Later koos ik mijn eigen weg: ik geloof nog wel, maar ga niet meer naar de kerk. Ooit zei een dominee tegen mij dat ik meer het goede moest benadrukken: dat er iemand was die mij kon verlossen. En mensen mogen fouten maken, zolang je dat maar toegeeft en ervan leert.
Als 10 dingen goed gaan en 1 ding niet, focus ik toch steeds op dat laatste; ook voel ik dingen erger dan ze zijn. Om daar wat aan te doen, leerde ik werken met zogeheten RET-schema’s (Rationeel-Emotieve Therapie): je denkt op een bepaalde manier, maar kunt het ook omdraaien. Zoals: hoe voorkom je dat je jezelf steeds de grond in boort? Of: wat moet je doen als je van jezelf geen fouten mag maken? Want iedereen maakt fouten en je leert ervan. Het gaat om de kracht van herhaling: als je maar vaak genoeg tegen iemand zegt 'je kunt het', gaat hij er uiteindelijk in geloven. Ik kijk nu anders tegen de dingen aan. Als het de ene dag wat minder gaat, vertrouw ik erop dat het daags erop weer beter gaat. Verder gaf het groepsproces erkenning en herkenning; ook zag ik dat sommige mensen verder waren dan ik."
Ook had ze baat bij medicatie als Prozac. "Op een gegeven moment was ik stabiel en ging ik mijn antidepressiva afbouwen. Waaronder Cymbalta, dat tevens werkt tegen zenuwpijn. Maar omdat mijn zenuwpijn terugkwam, ben ik er toch weer mee begonnen. Ook mijn Seroquel (tegen stemmingswisselingen) heb ik heel geleidelijk afgebouwd. Soms neem ik nog Oxazepam, om rustig te worden. Ooit wilde ik helemaal zonder medicijnen; nu besef ik dat ik ze nodig heb om goed te functioneren.”

Helicoptervisie

In overleg met haar behandelaar werd ze aangemeld bij de RIBW. Ze kreeg al na een paar weken huisvesting aangeboden in Waalwijk. "Er veranderde een en ander in die tijd. Zo stond ik mezelf nu toe om dingen te vragen. Ook leerde ik om bijtijds pas op de plaats te maken en terug te komen op eerder gedane toezeggingen. Gelukkig accepteerde iedereen dat. De wereld vergaat niet als je een keer 'nee' zegt."
In 2008 kwam ze bij de cliëntenraad van de RIBW: eerst de regioraad, later de overkoepelende cliëntenraad. Daarvan is ze sinds 2013 secretaris. Samen met de voorzitter volgde ze de cursus 'Werken met eigen ervaring'. "Dit was goed om een helicoptervisie te krijgen: om buiten je eigen problemen te leren kijken. Dankzij het raadswerk ben ik ook zekerder geworden; bovendien is het prettig om zo weer iets voor een ander te betekenen."
"Zo’n 2 à 3 dagen per week werk ik voor de cliëntenraad. Soms moet ik mezelf terugfluiten: ik zou er wel de hele week mee bezig kunnen zijn, maar lichamelijk en psychisch gaat dat niet. Mijn lichaam is overigens ook een goede graadmeter voor mijn psychische toestand. Als mijn lichaam het niet aankan, zegt mijn geest op een gegeven moment ook: stop maar! Gelukkig kunnen besluiten voor de cliëntenraad vaak ook telefonisch of per mail worden afgewerkt. Ook kan ik altijd met de raadsvoorzitter meerijden als we ergens heen moeten."
Jolinda hecht erg aan openheid, ook over haar psychiatrische achtergrond. "Stigma is net zo groot als je het zelf maakt. Zelf heb ik het stempeltje 'borderline', maar wat een ander ermee doet is zijn probleem. Het kan met iedereen mislopen: er hoeft maar íets te gebeuren, of het gaat ineens niet meer. Maar je kunt er ook weer uit klimmen; die positieve boodschap is erg belangrijk. Bovendien zijn we feitelijk allemaal hetzelfde, en ook hulpverleners maken weleens dingen mee; het is goed dat ze dat ook uitspreken. Bij een sterfgeval maakt iedereen hetzelfde rouwproces door, maar bij iemand met een psychiatrische achtergrond kunnen dat soort gevoelens alleen wat langer duren. Als je ziek bent, ben je soms zo beroerd dat je dagenlang met koorts in bed ligt. Stel nu dat het negatieve gevoel dat je dan voelt weken aan een stuk blijft duren: misschien kun je je dan beter inleven in iemand die er chronisch last van heeft."

Lichtpuntjes

"Mijn behandeling heeft me gebracht tot waar ik nu sta en was ook heel leerzaam: ik leerde mijn grenzen aangeven, en zonodig nee te zeggen en om hulp te vragen. Zo voorkom ik dat de problemen zo erg worden dat ik het leven niet meer zie zitten; het extreme is eruit. De dingen zijn ook niet zo erg als ze soms lijken; het loopt gewoon zoals het loopt. Als ik me nu niet lekker voel, mag ik me twee dagen lekker rot voelen; daarna ben ik er weer gewoon. Eens per maand heb ik nog een 'onderhoudsgesprek' met een spv’er van de GGZ; ook krijg ik daar nog mijn medicijnen. Ik vind het prettig dat ik nog iemand achter de hand heb die nog een beetje controle houdt. Ook krijg ik zo een spiegel voorgehouden; vaak kom ik dan tot de conclusie dat het allemaal best goed gaat.
Ik heb nu weer vaste grond onder de voet. Mensen met borderline schijnen na hun dertigste stabieler te worden – en inderdaad sta ik nu, op mijn 33ste, steviger op mijn benen en zijn de emoties minder heftig. De pieken en dalen zijn nu meer een golf. Ik zie ook sneller wanneer ik te veel hooi op mijn vork dreig te nemen en zie ik de dingen meer in proportie. En kritiek zie ik nu gewoon als een mening, niet als een aanval op mijn persoonlijkheid. Toch blijf ik door mijn lichamelijke beperkingen afhankelijk van anderen. Dat maakt het soms nog moeilijk. En als het lichamelijk niet goed gaat, gaat het psychisch ook vaak minder en gaat de spiraal weer naar beneden. Gelukkig heb ik een goed vangnet. Als ik hulp nodig had, stonden ze altijd voor me klaar; zo hield ik steeds mijn hoofd boven water. En als het slecht me ging, mocht ik zelf beslissen of ik al dan niet opgenomen wilde worden.
Ik wil graag nog iets met mijn ervaring doen, zoals een cursus ervaringsdeskundigheid. Een organisatie zou op ieder niveau een ervaringsdeskundige moeten hebben: hij weet hoe het is om in de put te zitten en kijkt met de ogen van een cliënt. Wel is belangrijk dat hij samenwerkt met professionals. Ook is nog steeds de blik van de professional nodig; een ervaringsdeskundige kun je niet zomaar op de stoel van een begeleider zetten.
Herstel moet uit jezelf komen; daarom hecht ik sterk aan eigen regie. Ook kleine dingetjes, zoals wel of geen melk in je koffie, zijn belangrijk. Bij de dagbehandeling vroegen ze steeds: wat heb je wél gedaan? Al vouw je op een ochtend alleen maar de was, dan heb je dat toch maar gedaan. Het is belangrijk dat je altijd een lichtpuntje ziet – hoe klein ook. Zeker in de GGZ, waar mensen vaak al jaren zitten en alle hoop hebben opgegeven. Vandaar ook mijn motto: om elke wolk zit een zilveren randje."