We werken aan een terugkeer

Ervaringsverhalen

Ik ben vanuit mijn stage op de afdeling terechtgekomen. Als je met ouderen werkt, krijg je vaak te maken met lichamelijke verzorging, maar ook met lichamelijke problematiek. Oudere mensen vallen vaker, daar moet je rekening mee houden.
De cliënten hier hebben een hele levensgeschiedenis. Hoe ouder iemand is, hoe meer iemand meegemaakt heeft. Dat maakt ze tot de persoon die ze nu zijn. Dat kun je niet zomaar veranderen.

We werken hier met twee verschillende units op de afdeling. De ene is voor oudere mensen met psychiatrische problematiek. De andere is voor oudere mensen met cognitieve stoornissen, psychiatrische problematiek en/of gedragsproblematiek. Op basis van die indeling kijken we vanuit verschillende uitgangspunten naar het goede of meest reële toekomstbeeld. We doen dat samen met het behandelteam, de cliënt en de mantelzorger/familie.

Wat we hier zien is dat een deel van onze cliënten niet behandeld kan worden in het verpleeghuis waar ze verblijven en daarom onze zorg nodig hebben. Toch werken we ook dan toe naar terugkeer naar de vertrouwde woonomgeving. Dat is altijd prettiger. Als iemand niet meer terug kan, is dat natuurlijk een pijnlijke ervaring. Ook voor de familie trouwens, die zelf geen zorg meer kan bieden.

Aan de andere kant moet je ook realistisch zijn. Soms weet je dat een terugkeer naar de vertrouwde woonomgeving echt niet mogelijk is. Dan kijken we naar wat wel mogelijk is. We gaan uit van de kracht en de mogelijkheden van de cliënt. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar de mogelijkheid van een aanleunwoning. De cliënt ziet vaak uiteindelijk zelf ook in dat het in de oude situatie niet meer ging.

Die eigen kracht van de cliënt is ook op een andere manier heel belangrijk. Veel mensen die hier opgenomen worden, laten niet alles zien wat ze kunnen. Als we dat vermoeden hebben, dan proberen we ze te prikkelen. We gaan uit van wat we denken dat de cliënt nog wel kan. Ik heb al een paar keer meegemaakt dat iemand hier op een brancard werd binnengebracht en zegt: 'ik kan niet lopen'. Na een tijdje zie je ze dan weer met de rollator wandelen.

Natuurlijk is het waar de mensen door ouderdom bepaalde dingen echt niet meer kunnen. Maar ook in kleine dingen kun je je richten op iemands kracht. Zo eten we hier gezamenlijk. Als iemand niet meer de vaste hand heeft om borden op tafel te zetten, dan laten we hem of haar servetten vouwen en neerleggen. Je moet mensen, hoe oud ze ook zijn, zo veel mogelijk autonomie en zelfwaarde laten behouden.

Ik kan me voorstellen dat cliënten en familie het moeilijk vinden dat dit een gesloten afdeling is. De keerzijde daarvan is echter dat je cliënten ermee beschermt tegen zichzelf. Anders kunnen ze naar buiten wandelen zonder dat ze de weg weten. Of ze lopen weg omdat ze behandeling niet nodig vinden. Natuurlijk komen cliënten wel buiten. We nemen ze mee voor een wandeling, daar moedigen we familieleden ook toe aan. Uiteindelijk, als we denken dat een cliënt het aankan en de situatie het toelaat, kan hij of zij ook alleen naar buiten.

We betrekken familie of mantelzorgers zo nauw mogelijk bij de behandeling. Bijvoorbeeld omdat een deel van de cliënten hier niet voor de eigen belangen in kan staan. Vaak is de familie ook erg bezorgd. Soms denken ze: moet mijn vader of moeder nou naar een psychiatrische instelling? Je moet dan goed laten zien wat je doet en hoe je het doet. Je kunt niet maar één keer in de maand even bellen. We doen dat veel vaker en betrekken ze ook bij de behandeling die we bieden. We merken dat familieleden het fijn vinden om met ons mee te denken

Website feedback

Wij bedanken u voor de tijd die u neemt om ons van feedback te voorzien. Door uw hulp kunnen wij deze website nog beter op uw behoeften afstemmen.

Was de informatie op deze pagina waardevol?
We horen graag uw motivatie voor bovenstaande keuze. Indien wij u mogen benaderen voor verdere toelichting, laat dan ook uw e-mailadres achter.