Dit wordt mijn laatste blog. Het mooie van afscheid nemen is dat de herinneringen van de jaren ervoor weer terug komen en als het goed is een zoete smaak achter laten. Ik neem in september afscheid van GGz Breburg, maar heb ook afscheid genomen van mijn moeder die deze zomer overleed. Mijn moeder was al wat langer weg en was nog maar een schim van de vrouw die ze ooit was geweest. Ze was mijn voorbeeld. In die tijd was zij een van de eerste vrouwelijke artsen actief in het toen zeer conservatieve KNMG bestuur. Ze streed voor abortus en het recht op euthanasie. Als ik nu de kranten lees denk ik wel eens dat we weer opnieuw moeten strijden voor bepaalde fundamentele rechten.

Ik heb altijd iets gehad met mensen die opkomen voor hun idealen. Jan Mokkenstorm was zo’n psychiater. Hij streed tegen zelfdoding. En vooral tegen het alleen laten van mensen in hun strijd hiertegen. Zijn strijd kwam niet voort uit eigenbelang of ‘tekentafel retoriek’, nee hij had aan den lijve ervaren hoe eenzaam je bent in een depressie en hij had uit eigen ervaring geleerd dat zelfdoding te voorkomen is. Hij maakte er zijn pamflet van en richtte 113 online op. Hij overleed in juni dit jaar aan de gevolgen van pancreaskanker. Tegen die ziekte was zelfs hij niet opgewassen. Kort daarvoor promoveerde hij op het thema ‘on the road to zero suicides’. Een man met een missie dus. Zijn dood betekent een groot verlies, allereerst maar zeker ook voor ons vak.

Gelukkig zijn er velen die in zijn sporen de strijd tegen zelfdoding voortzetten. Ook GGz Breburg zet zich hiervoor in. Het project ‘Supremacol’ is vernieuwend en veelbelovend en heeft tot doel het aantal suïcides in Brabant met 20% terug te dringen. Zero suïcides vinden ook wij een loofwaardig streven, maar leek ons in dit project niet haalbaar. Maar de ambitie moet zeker worden vast gehouden. Ergens tussen droom en daad in dus.

Dat gold destijds ook voor de ambitie om te komen tot nul separaties. Een aantal ggz-instellingen ondertekenden enkele jaren geleden het Dolhuys-manifest waarin ze de intentie uitspraken om het aantal separaties in Nederland, destijds in Europa nog een van de koplopers op dit gebied, terug te dringen tot nul. Ik was namens GGz Breburg een van de ondertekenaars en kan me nog goed dat gevoel van euforie en hoop herinneren. We hadden wel wat goed te maken voor cliënten. Net zoals bij zelfdoding, gold ook hiervoor dat we cliënten teveel en te vaak aan hun lot over hadden gelaten in de separeer. En wat hadden we destijds goede intenties. Maar wat voelden we ons vaak onmachtig en handelingsverlegen. Ik weet nog goed dat ik tijdens mijn opleiding in Utrecht als arts-assistent vaak in die spagaat terecht kwam. We ‘wisten’ dat wanneer er een bepaald groepje verpleegkundigen dienst had, er bijna altijd gesepareerd werd. We ‘wisten’ dat de strijd om macht dan aan de orde was. De pikorde herstelt moest worden, angst uitbesteed werd.

Dus ik vond dat we echt wel wat goed te maken hadden en tekende vol overtuiging dat manifest. En was zeer enthousiast over ‘het separeerdeuren’ project. Aangezwengeld door Simone de Bruin, toenmalige voorzitter van de Clientenraad en Tom van Mierlo. Ik wist ook best wel dat ambities hand in hand moeten gaan met de alledaagse realiteit, maar geloofde ook dat hoge ambities nodig zijn om veranderingen in gang te zetten. En dat is ook gebeurd: de praktijk van separeren is drastisch veranderd. Ik was dan ook zeer verbaasd en verbolgen over publicaties deze zomer in de Trouw en Groene Amsterdammer die spreken van een mislukte ambitie: ‘De ggz heeft gefaald in haar ambitie het aantal separaties terug te brengen tot nul’, kopte men. Gelukkig hebben we dan binnen GGz Breburg bevlogen en gedreven professionals en een scherpe afdeling communicatie die hier bovenop zit. In mijn vakantie kwam een levendige mailwisseling opgang en ik wist dat het goed zou komen. Ik was blij en trots op de ingezonden brief van Sandra Vos hierover in de Trouw. Ook een vrouw met een missie. “GGz Breburg strikes back’.

Ik neem op 11 september afscheid van jullie. Met pijn in mijn hart, maar vooral ook met een gevoel van trots. We hebben de laatste jaren samen veel bereikt en neergezet, en er is nog heel te doen en te zeggen. Onze grootste ambitie is het hoofd bieden aan de schaarste van goed opgeleid personeel. We moeten komen tot nieuwe oplossingen. En tegelijkertijd is het goed om ons te beseffen dat onze zorg, ook die in de ggz tot de besten van de wereld behoort. Tussen droom en daad dus. Ik hoop van harte dat het traject van ‘klinisch leiderschap’ door de hele organisatie omarmd wordt en er stappen gezet gaan worden in de ont-bureaucratisering van onze zorg. Dat GGz Breburg rookvrij wordt en iedereen die (tijdelijk)hulp nodig heeft welkom is en blijft. Maar bovenal dat GGz Breburg zich blijft inspannen om een veilige behandel- en werkomgeving voor cliënten en medewerkers te creëren. Ik dank jullie voor jullie vertrouwen en wens mijn opvolger Alex de Ridder, samen met Julliëtte van Eerd veel succes in het realiseren van deze ambities.