Annemieke Gijsbers vertelt over de training 'Kracht van de vraag'

“Wat is er aan de hand?” “Waar moet het gesprek voor jou over gaan?” Op het eerste gezicht lijkt het misschien of deze twee vragen op hetzelfde neerkomen. Maar er zijn belangrijke verschillen, legt Annemieke Gijsbers uit. Als projectleider Leer- en ontwikkeltraject van de Mentale Gezondheidscentra faciliteert ze trainingen en tools die helpen om vraaggericht te werken en termen als eigen regie en eigenaarschap te vertalen naar concreet gedrag en een ‘nieuwe’ taal.

‘In de zorg die we bieden binnen het Mentaal Gezondheidscentrum staat het herstel en de vraag van de mens en diens naasten centraal. Wat herstel is, welke betekenis we geven aan gebeurtenissen in ons leven, is individueel gekleurd door onze ervaringen, normen en waarden, voorkeuren en de context waarin we leven. Dat betekent dat het verhaal en de betekenis essentieel zijn om tot een plan te komen gericht op herstel.’

‘Daarnaast vinden we dat ieder mens primair zijn eigen deskundige is en vanuit eigen kracht en kunnen, samen met zijn naasten en netwerk, het best oplossingen en antwoorden kan vinden op de vragen die hij of zij, of diens netwerk heeft. We bewegen daarom van de vraag “wat is er aan de hand?” naar “waar moet het gesprek voor jou over gaan?”, van ontvanger van zorg naar eigenaarschap, en van het betrekken van naasten naar daadwerkelijk met ze samenwerken. Dat klinkt natuurlijk allemaal heel mooi, maar wat houdt dat in voor de praktijk? Wat doen we al, en wat willen we daaraan toevoegen of anders doen?’

Vraaggericht werken

'Om deze visie ook te vertalen naar de praktijk is het belangrijk dat we weten wat dat van ons vraagt in concreet gedrag en taal als we zeggen dat we het verhaal van de mens centraal willen zetten, eigen regie willen faciliteren en vraaggericht willen werken. Dat betekent namelijk niet: u vraagt en wij draaien, waarbij je klakkeloos de wens of oplossing van de cliënt overneemt. Vraaggericht werken gaat over verkennen en het faciliteren van het doen van je eigen onderzoek om van daaruit zelf besluiten te nemen over jouw plan. Daardoor groeit bewustzijn en verantwoordelijkheid. Mensen de ruimte gunnen en geven om eigen toekomstvragen te bedenken en eigen oplossingen te vinden, stimuleert leren en ontwikkelen van de cliënt, nu en in de toekomst.'

Faciliterende en analyserende vragen

'Bij het faciliteren van eigenaarschap maken we een onderscheid tussen analyserende en faciliterende vragen. Er is geen goed of fout, je hebt zowel analyserende als faciliterende vragen nodig. Veel professionals zijn met name opgeleid en vaardig in het stellen van analyserende vragen. Echter leiden analyserende vragen over het algemeen niet tot het doen van je eigen onderzoek, het verkennen van perspectieven en het ervaren van eigenaarschap. Ze geven je als professional wel een beeld en kennis over de situatie en het probleem. Medewerkers die de training Kracht van de vraag volgen, gericht op het stellen van meer faciliterende vragen, geven terug dat het best even wennen is om op deze manier vragen te stellen. Veelgehoorde vragen en reacties zijn: "Het is totaal anders dan ik ben opgeleid en dat is best wennen", "ik moet bepaalde dingen echt afleren en iets nieuws aanleren", en "mijn automatische reactie is dat ik toch moet weten wat er aan de hand is en ik met een advies moet komen."' 

‘Wil je mensen laten verkennen, dan ‘moet’ het bewustzijn omhoog. Vragen hebben dan meer effect. Je laat mensen meer zelf nadenken, het blijft vaak wat langer stil en je geeft het ‘niet weten’ de ruimte. Het zit ‘m soms in ogenschijnlijk kleine nuanceverschillen. Neem nu de vraag: “Wat is er aan de hand?” Dat is een meer analyserende vraag die waarschijnlijk tot een antwoord leidt over wat er allemaal mis is. Je kan ook vragen: “Waar moet het gesprek over gaan?” Die tweede vraag is meer verkennend en faciliterend.’

‘Zo is er ook een verschil tussen de vragen “wat wil je oplossen?” en “wat wil je bereiken?” Die eerste vraag gaat over het probleem, en de tweede vraag nodigt iemand uit een toekomstperspectief te laten beschrijven. Vervolgvragen zouden kunnen zijn: “Als je nu een eerste stap in die richting zou zetten, wat zou je dan anders doen? Hoe zou er dat dan uitzien? Wat verandert er nog meer als je dat zou doen? Of waar draagt het aan bij als je dat zou doen? En als ik aan jouw partner of kind zou vragen wat hij of zij dan zou merken, wat zou die dan vertellen?” De familie en het sociaal netwerk doen altijd mee in de vragen die je stelt, want zij zijn altijd al onderdeel van het verhaal.’

Tools en trainingen

'We hebben een opleidingsplan gemaakt om professionals te faciliteren om de visie ook om te zetten in taal en gedrag, zodat termen als 'vraaggericht werken', 'verhaal centraal', 'meer de mens zien' en 'minder aanbodgericht', ook vertaald worden naar concreet gedrag in de praktijk. Dit opleidingsplan bestaat uit trainingen, intervisie, dagstart en tools en geheugensteuntjes om professionals te ondersteunen bij deze nieuwe manier van werken. 
Voor de één is het een grote verandering, voor de ander minder. Over het algemeen merken we dat de trainingen het bewustzijn van professionals vergroot en dat het leidt tot andere gesprekken en andere vragen tijdens de intervisie. De eerste reacties in de evaluatie van de training zijn dan ook positief en mensen vragen om een vervolg om het echt onder de knie te krijgen met elkaar. Want het is niet makkelijk om oude gedragspatronen te doorbreken. Onbedoeld en onbewust hebben we de neiging te bedenken wat goed is voor de cliënt en daarmee eigenaar te worden van de oplossing.' 

'Een veel gehoorde vraag is: "En wat betekent dit voor mijn professionele expertise? Doet die er dan niet toe? Jazeker wel! Die is zeker belangrijk en ook nodig! Echter is jouw professionele kennis nog meer van waarde als je deze verbindt aan de perspectieven van de cliënt en zijn naasten. Zij zijn de deskundigen over hun leven en jouw expertise als professional wordt op deze manier aanvullend. Het gaat er dus om dat we die perspectieven aan elkaar gaan verbinden. Onze expertise kan ons namelijk ook in de weg zitten of een valkuil zijn. Deze kunnen je vragen en je waarneming versmallen. Omdat je denkt: "Oh ja, dit herken ik, en dat kunnen we zo aanpakken." Dan verdwijnt nieuwsgierigheid en verkenning, en dat is direct terug te horen in de vragen die worden gesteld en de antwoorden van de client. Die zijn meer klachtgericht en gericht op een oplossing van het probleem. De cliënt en zijn naasten zijn de kenners van hun leven. Het gaat om het samenbrengen van de expertise van de zorgverlener én die van de cliënt.' 

‘Als je het verhaal van de cliënt vergelijkt met een grote olifant, zou je kunnen zeggen dat als je inzoomt op de klacht, bijvoorbeeld een depressie, je kijkt naar de staart van de olifant. Hoe zorg je nu dat een cliënt zicht krijgt op de hele olifant? Wat is het hele verhaal, wie doen er allemaal mee in dat verhaal? En mogelijk zie je dan ook wel een verschuiving in de hulpvraag ontstaan. Dus de vraag “wat heb je nodig?” is geen verkeerde vraag, maar wordt vaak wel te vroeg gesteld. Het is belangrijk eerst te verkennen.’

Nieuwsgierig geworden en wil je meer weten over de werkwijze binnen het Mentale Gezondheidscentrum of de trainingen die nu worden gegeven? Neem dan contact op met Annemieke Gijsbers, 06-12680695, a.gijsbers@ggzbreburg.nl

Interesse om aan de slag te gaan bij een Mentaal Gezondheidscentrum? Bekijk hier de vacatures voor meer informatie. Selecteer bij doelgroep 'Mentale Gezondheidscentra' om specifiek te kunnen zoeken.