Het emotionele effect van suïcides op behandelaren is groot. Toch wordt hier weinig aandacht aan besteed. Bovendien zijn na een zelfdoding de emoties van de behandelaren ondergeschikt aan die van de familie. Wij interviewen professionals die in hun werk te maken hebben gekregen met suïcides. Wat doet het met hen? Hoort het bij het werk? Wat werkte voor hen in de verwerking? Als regiebehandelaar maakte verpleegkundig specialist Arjan een suïcide mee van een jonge cliënt. “De wereld lag aan zijn voeten. Alleen zag hij dat zelf niet.”

Door Ilana Buijssen

“Ik weet nog goed dat we als team toch besloten om hem voor een weekend verlof te geven, ondanks dat het niet goed voelde. We stonden voor een ontzettend moeilijke afweging: aan de ene kant was het risico op suïcide hoog, dus met het oog op zijn veiligheid hadden we hem het liefst op een gesloten afdeling willen houden. Aan de andere kant realiseerden we ons dat zo’n opname het risico juist ook kan verhogen, zeker aangezien hij zelf aangaf absoluut niet naar de gesloten afdeling te willen. ‘Dan ga ik er zeker een einde aan maken,’ verzekerde hij ons. Daarom zijn we toch meegegaan in zijn wens en bleef hij op de open afdeling in de hoop dat we met goede afspraken suïcide toch zouden kunnen voorkomen. In goed overleg met zijn ouders en de psychiater kon hij toen ook met verlof gaan. Hij zou een dag bij zijn ouders slapen en de volgende dag weer terugkomen op de afdeling. Hij was ook al wel vaker op verlof geweest, alleen was mijn slechte voorgevoel die vorige keren niet zo sterk als toen.”  

Wat maak je ons nu 

“Uiteindelijk ging het dat weekend helaas toch mis. Op zondagavond laat is hij door zijn ouders aangetroffen. Mijn manager heeft toen nog overwogen mij die avond te bellen om me op de hoogte te stellen, maar ik ben blij dat hij dat niet heeft gedaan: ik kon op dat moment toch niks doen, en waarschijnlijk had ik geen oog dichtgedaan. Toen ik het de ochtend erna op de afdeling hoorde voelde ik in eerste instantie boosheid. Uit wat ze op zijn laptop en telefoon aantroffen bleek namelijk dat hij zijn suïcide in het geheim tot in de puntjes had uitgedacht. Dat deed me veel. ‘Wij proberen allemaal afspraken te maken met jou,’ dacht ik toen, ‘maar jij zit je plan ondertussen gewoon helemaal tot in het detail uit te denken.’ Dan voel je je heel machteloos.”  

Het had zo anders kunnen lopen 

“Die primaire emotie zakte al snel, en daarna vond ik het vooral heel erg tragisch. Het was een jongen met heel veel kwaliteiten. De wereld lag aan zijn voeten, hij had nog zoveel in zijn mars. Alleen zag hij dat zelf niet – hij was er rotsvast van overtuigd dat hij niet meer te redden was. Dat vond ik misschien nog wel het moeilijkst aan zijn situatie, ook toen hij nog leefde. Je kon zijn idee dat zijn leven zinloos en zijn situatie uitzichtloos was op geen enkele manier ombuigen of nuanceren. We hebben heel erg ons best gedaan om andere denkrichtingen aan te bieden, hem perspectief te bieden, en om hem te laten zien dat er nog veel behandelopties waren. Het had zo anders kunnen lopen als hij in zichzelf had gezien wat anderen in hem zagen. Dat vind ik nog altijd treurig.”  

 

 

 

 

 

 

 

Inlichten van de cliënten 

“Gelukkig ben ik die ochtend dat ik het slechte nieuws hoorde en de weken erna goed opgevangen door mijn collega’s. We hadden als team veel steun aan elkaar. Ook de psychiater en mijn manager vroegen regelmatig hoe het ging, en voordat ik die ochtend aankwam waren er ook allerlei protocollen al doorlopen zodat ik me daar niet druk om hoefde te maken. Maar toch moest er ook diezelfde dag nog veel gebeuren, waaronder het inlichten van de andere cliënten. Op hen kan zo’n bericht ook een ontzettende impact hebben. Zijn medecliënten reageerden heftig, al helemaal toen bleek dat hij één van de medecliënten in vertrouwen had genomen. Die had hij alles had verteld over zijn plan om suïcide te plegen, maar zijn vertrouweling had ons niks mogen vertellen. Die medecliënt voelde zich enorm schuldig toen ik het nieuws vertelde. Dat was heel aangrijpend.”  

In de kramp 

“Na de eerste schok bleef zijn suïcide me nog lang bij, en ook tijdens mijn werk was de impact ervan voelbaar. Ik schoot eerder in de kramp wanneer er cliënten werd opgenomen bij wie een gevaar op suïcide aanwezig was. ‘Is alles goed geregeld? Wat kunnen we nog meer doen om te voorkomen dat het mis gaat?’ Natuurlijk is het belangrijk om je als hulpverlener zulke vragen te stellen, maar ik merkte dat ik soms te veel controle wilde op de situatie vanuit een angst om nog een keer een geslaagde suïcide mee te maken. Het heeft een aantal maanden geduurd voordat ik dat een beetje los kon laten. Die kramp zie ik ook vaak bij collega’s: ze zijn dan bang om iets verkeerd te doen en doen er alles aan om zich zo goed mogelijk tegen de risico’s in te dekken. Dat indekken komt natuurlijk ook meestal voort uit een oprechte zorg voor de cliënt, met wie je toch vaak ook een emotionele band opbouwt. Door mijn eigen ervaring kan ik die kramp heel goed begrijpen; het lijkt me een hele normale reactie. Maar ik zie ook dat het een negatief effect kan hebben op je werk. Door die hyperfocus op het voorkomen van suïcide verlies je je bredere blik, en dat kan ten koste gaan van de vraag wat de cliënt nodig heeft. Er moet binnen een team serieuze aandacht zijn voor zulke verlammende angst, maar je moet er tegelijkertijd ook voor waken dat die angst een team niet in de greep gaat houden.”    

Praat erover 

Hoe dan ook is het van groot belang om het over suïcide te blijven hebben. Niet alleen met collega’s maar ook met cliënten: het is een misverstand dat praten over suïcide de kans op suïcide vergroot. Sterker nog, er niet over praten versterkt dat juist de eenzaamheid van cliënten die met zulke donkere gedachtes worstelen. Vanuit het idee om suïcide bespreekbaar te houden zijn we onlangs ook een behandelgroep begonnen die volledig gericht is op suïcidepreventie. De behandeling bestaat uit zes bijeenkomsten, waarin we deelnemers leren hun gedachten vanuit verschillende invalshoeken benaderen. Zo moeten ze bijvoorbeeld een gedachteschema invullen, of krijgen ze de opdracht hun piekergedachtes over suïcide uit te stellen tot een later moment. Ook zit er een stukje psycho-educatie in verweven. Het is enerzijds dus praktisch en informatief, maar anderzijds is er ook veel ruimte voor het simpelweg delen van ervaringen. Alleen dat is voor veel cliënten al heel waardevol: ze realiseren zich dan dat ze niet de enige zijn. Dat weten cliënten ergens wel, maar als ze in de groep zitten en de verhalen van anderen aanhoren voelen ze dat ook. Ik hoop dat dit nieuwe aanbod het onderwerp een aanleiding vormt om vaker het gesprek aan te gaan over dit moeilijke onderwerp. Alleen al het feit dat we dit nu aanbieden, is al een signaal naar de cliënt dat het erover mag gaan.”